Geef, uhm, nee, ontvang eens wat meer!

22 September 2020

Hij is de één na laatste op mijn lijst. Degenen voor hem heb ik al gezien. Ze hebben voor mij de deur geopend. Althans, voor dat wat ik ze te geven heb. Terwijl ik van de één naar de andere hop, vraag ik mij af of dit is wat ik nog wil. Haal ik er genoeg voldoening uit? Krijg ik er genoeg energie van? En kan ik niet meer betekenen dan de kortstondige contacten die ik aanga?

Ik parkeer de auto voor de zoveelste keer vandaag. Vanuit de achterbank haal ik een groene doos uit de groene koeltassen. Ik pak het pakket waarop het adres staat genoteerd van de betreffende man op mijn lijst en loop over het smalle pad dat naar zijn huis toe leidt. Ik zie al een schim achter het raam verschijnen. Ditmaal hoef ik mijn aankomst niet aan te kondigen door op de deurbel te drukken. In één openslaande beweging gaat de voordeur voor mijn neus open. Ik sta oog in oog met de man. Bij het zien van elkaar vertonen we beiden een glimlach op ons gelaat. ‘Je was er vorige week niet’, verkondigt hij terwijl hij rechts naast hem vanaf de grond een doos oppakt. En zo staan we beiden met een doos in onze handen. Terwijl ik hem de groene doos, gevuld met zijn nieuw bestelde avondmaaltijden wil aangeven, krijg ik een doos Merci in mijn handen gedrukt. ‘Ik had het vorige week al willen geven, maar toen kwam er iemand anders aan de deur. Ik zat ’s avonds aan tafel te eten, maar het smaakte mij niet. Jij had het niet gebracht’. Terwijl ik verbijsterd zijn cadeau aanneem gaat hij verder; ‘Dankjewel voor je hartelijkheid, je vriendelijkheid, je oprechte interesse en je lach’. Verrukt reageer ik ‘Dan weet ik zeker dat je vanavond weer héérlijk kan genieten van het eten. Zo ook ik, ik ben dol op chocola, MERCI!’.

In vrolijke pas keer ik terug naar mijn auto, op naar de laatste klant. Ik neem nog even de tijd om terug te denken aan de dankbare woorden en het aanstekelijke enthousiasme waarop deze man mij verwelkomde. Wat gebeurde hier nu eigenlijk? Ben ik nu zo ontroert van het feit dat hij mij een doosje chocola gaf? Ik realiseer mij al snel dat dit niet het geval is. Het zou aannemelijk zijn, gezien ‘geven’ hoog op onze waarderingslijst staat in de maatschappij. Het staat doorgaans hoger in aanzien dan ontvangen. ‘Geef alles en verwacht niets’, ‘Hoe meer je geeft, hoe meer je ontvangt’, de quotes komen alsmaar voorbij, op social media en deze dagen ook op mijn scheurkalender. We zien zelfs dat mensen er aan onder door gaan doordat ze alsmaar geven, geven en nog meer geven. En toch was het niet het geven dat dit moment zo bijzonder maakte. Het was het feit dat deze man de kunst van het ontvangen verstaat. Geven geeft ons vaak een veilig en prettig gevoel, terwijl iets ontvangen onzekerdere, kwetsbaardere gevoelens met zich meebrengt. Alsof je nog in de schuld bij de ander staat. ‘Kan ik dit wel genoeg teruggeven?’, is een met regelmaat terugkerende vraag. Els van Steijn, schrijfster van De fontein, geeft mij precies de woorden die voor mij kloppend voelen: ‘Voor de start van een verbinding moet uiteraard een prikkel worden gegeven in de vorm van geven. De relatie ontstaat pas als zowel de gever als ontvanger kunnen ontvangen.’

Ah! Relaties vestigen zich dus in het ontvangen en níet in het geven! Ik realiseer mij dat de vraag of ik van waarde ben als maaltijdenbezorger bij Uitgekookt, niet alleen afhankelijk is van mijn eigen gevoel of ik genoeg kan geven, maar ook of de ander naast de doos maaltijden mijn glimlach, luisterend oor, eigenlijk gewoon mijn aanwezigheid kan ontvangen. Ik ontvang in ieder geval de doos Merci met open armen! Want, nu weet en ervaar ik, door te gaan ontvangen, ervaar ik een energie waardoor ik nog meer kan geven dan voorheen. En ineens hoef ik mij niet meer af te vragen of de kortstondige contacten bij de voordeur voldoende opleveren, ook híer ontstaan wederzijdse betekenisvolle relaties. Ik heb nu al weer zin in de volgende bezorg (of ophaal?🙃) rondje!

SHARE THIS STORY
COMMENTS
EXPAND
ADD A COMMENT

×

Stel hier je vraag

× Stel hier je vraag