Oeps, ik word steeds egoïstischer!

29 July 2020

Zelf-amputatie. Ik lees het woord voor het eerst in het boek ‘Bevrijd door liefde’ van Jan Geurtz. Voor de beelddenkers onder ons, ik kan mij voorstellen dat het niet zo’n vrolijk oppeppend woord is. Ook ik zie de bloederige horrorscènes al voor mij, ieeks. Gelukkig is het slechts een figuurlijke betekenis, maar ook letterlijk is zelf- amputatie, alias ‘jezelf opofferen’ doorgaans geen fijn gevoel. Net als ieder ander word ook ik beproefd in het voorop stellen van mijn eigen behoeftes en daarmee een positievere kijk te ontwikkelen op ‘egoïsme’. Want juist dan kan ik een zinvolle bijdrage leveren aan en van waarde zijn voor mijn familie, vrienden, de maatschappij en de wereld.

‘Je mag alles, maar moet niks’. Precies een jaar geleden zit ik tegenover een verzekeringsarts in een klein deprimerend kantoorruimte van het UWV. Het loopt storm van aanvragen bij het instituut voor werknemersverzekeringen, dermate dat de betreffende man vanuit zijn pensioen tijdelijk bijspringt om zo ook mijn WIA-aanvraag te beoordelen. Ik krijg te horen dat ik voorlopig 100% arbeidsongeschikt word verklaard, ter bescherming van mijzelf. Hij drukt mij op het hart dat ik mijzelf niks meer hoef op te leggen, ik mag nu zelf bepalen wat wel en niet lukt. Het werd daarmee ineens legitiem om meer voor mijzelf te zorgen, iets waar ik tot op heden niet zo bekwaam in was.

Ik ben het gaandeweg veel makkelijker gaan vinden om mijn eigen grenzen aan te geven, op voorwaarde dat ik daadwerkelijk last had van uitval klachten. Ik ging bijvoorbeeld niet meer in op een verjaardag uitnodiging. Want ja, een verjaardag wordt er niet veel gezelliger op wanneer ik niet tegen de ander terug praat, de wijnglazen omver gooi door ongecontroleerde bewegingen of tot in de late uren op de bank blijf plakken omdat ik mij niet meer kan verroeren (en nee, hiermee doel ik niet op overmatig alcoholgebruik). De steunende en lieve reacties van mijn omgeving hebben mij hier erg bij geholpen.

Er zijn echter dagelijks genoeg situaties waarbij er toch een andere reden dan mijn ziekte speelt, waardoor ik de noodzaak voel om voor mijzelf te kiezen. En dan wordt het ineens een stuk lastiger. Gelukkig hoeft het volgen van je eigen behoefte niet in contrast te staan met de behoefte van een ander. Zo delen Niels en ik al enkele maanden hetzelfde appartement, maar niét hetzelfde bed. Natuurlijk hebben we eerst samen geslapen, vanuit de aanname dat dit erbij hoort in een liefdesrelatie. Hierdoor startte ik elke ochtend met 10 minuten brabbelen over allerlei futuristische, gelukzalige tot nare dromen die ik het afgelopen nacht weer had meegemaakt, omdat ik niet in een diepe slaap terecht kwam. Al dat dromen kostte mij enorm veel energie. Ik was niet bepaald het zonnetje in huis op de vroege ochtend en ook mijn lichaam werd niet erg blij van de nachtelijke onderbrekingen. Ik hoor mijzelf nog zo zeggen; ‘Ik wil een eigen slaapkamer’. En zo geschiedde het dat Niels en ik nu apart van elkaar slapen. We zijn beiden meer uitgerust en Niels verkondigt regelmatig verrukt ‘Happy wife, happy life!’.

Maar dan heb je nog de momenten dat je eigen kritische stem zegt dat het niet oké is om je eigen koers te bepalen of dat je denkt / merkt dat je omgeving het niet rechtmatig vindt. Dat was het geval toen ik afgelopen week niet naar het verhaal van Niels kon luisteren. Hij kwam als een blij kind terug van een ongelofelijk mooie 5-daagse training van zijn nieuwe werk. Nee, er zaten mij geen uitvalklachten in de weg om mij ervan te weerhouden een enthousiaste toehoorder te zijn. Het was mijn eigen pijn. Want wat werd ik ongelofelijk getriggerd wanneer hij vertelde over zijn nieuwe droombaan. Ik voelde steken in mijn lichaam van jaloezie. Toegegeven, dat hij met zijn zeven vrouwelijke collega’s om een kampvuur heeft staan dansen, liet mij niet helemaal koud… Maar waar ik eigenlijk naar toe wil met mijn verhaal, is dat ik het vooral míjzelf enorm gun om weer mijn talenten te benutten, te groeien en een waardevolle bijdrage te leveren binnen een fantastische organisatie. En nu biedt deze kans zich aan voor Niels, waarbij hij zich aan een doelgroep verbindt waar ik destijds ook mijn hart aan heb verloren binnen de pleegzorg. Het was voor mij reden genoeg op dat moment te zeggen; ‘Ik ben ongelofelijk blij voor je en ik wil dolgraag je verhaal aan horen, maar dat lukt mij op dit moment niet omdat mijn gevoelens er nu tussenin staan’. Ik nam ruimte voor mijzelf, ik moest eerst verantwoordelijkheid nemen voor de emoties die bij mij omhoog kwamen. Dat leidde niet gelijk tot een win- win situatie. Oh wat voelde ik mij een slechte vriendin! En ook voor Niels was het niet gemakkelijk dat ik ogenschijnlijk niet blij voor hem was. Het heeft uiteindelijk anderhalve dag geduurd voordat we elkaar weer vonden en ik ditmaal écht mee kon genieten van zijn hoge aanstekelijke energie.

Ik blijf oefenen om mijzelf niet op te offeren voor de ander of de omgeving, deze zelf- amputatie probeer ik te voorkomen. Het voelt soms nog als een dunne scheidslijn tussen onverschillig egoïsme en gezond- egoïsme. Zoals Jan Geurtz in ‘Bevrijd door liefde’ mooi beschrijft is er geen discussie wanneer de één alleen wil zijn en de ander samen; dan blijft diegene alleen. ‘Op deze manier blijft het samenzijn zo zuiver mogelijk door het te beschermen van verplichting en pleasing- gedrag.’ Ik ben er steeds meer overtuigd van geraakt dat er échte verbinding ontstaat wanneer er ook écht sprake is van wederzijdse vrijwilligheid. Soms moet ik eerst goed voor mijzelf zorgen, mijzelf begrijpen en accepteren en pas dan ben ik in staat om een ander te geven wat diegene nodig heeft. ‘You can’t give away what you don’t have’. En wanneer ik daar nog niet aan kan voldoen, tja, dan lijk ik ineens een stuk egoïstischer.

SHARE THIS STORY
×

Stel hier je vraag

× Stel hier je vraag