‘Zoek de zin van het leven in verbinding met de ander’

10 September 2020

De appjes stromen binnen. ‘Hoe was je eerste trainingsdag bij Jawi Light Your Life?’. Velen weten dat ik lange tijd uitkeek naar de start van de basistraining ‘Systemisch werk in de natuur’. Gisteren was het eindelijk zover. In de pracht van de Arnhemse bossen gingen we in de frisse buitenlucht met een groep aan de slag. We kregen de basisprincipes van het ‘flipperbrein’, in- en uitsluiting en enkele andere systemische principes uitgelegd. Naast de theorie gingen we ook praktisch aan de slag. Aan de hand van vertragende en bewegende oefeningen konden we eerst zelf ervaren wat er bij ons speelt, om vervolgens uit te zoomen en te leren hoe je als (aankomend) coach een ander kan faciliteren tot voelen en helen. Na afloop voelde ik mij verzadigd en voldaan met ongelofelijke interessante kennis en tools. Echter, bij thuiskomst kreeg ik lichte uitval klachten en toen brak de ochtend aan…

Gadverdarre, bij de eerste zonnestralen werd ik wakker, net als dat mijn flipperbrein al vroeg in de ochtend wakker werd. Het brein dat aangaat wanneer je getriggerd wordt en er een bevries, vecht of vlucht reactie ontstaat. ‘Zoek de zin van het leven in verbinding met de ander’, het waren de eerste woorden die op mijn netvlies verschenen deze ochtend. Ik voelde gelijk intens verdriet en neerslachtigheid. In verbinding met de ander? Maar ik ga een dag tegemoet waarbij ik niemand zie. Mijn vrienden en familie zijn naar het werk. En ik heb geen werk. Ik heb geen collega’s of klanten/cliënten/bezoekers (hoe je ze ook wilt noemen), die vandaag om mij heen dartelen, waar ik ‘goedemorgen’ tegen zeg in de gang of die met mij in een vergaderruimte gaan sparren en leren.

Ik zie mijzelf in een flits weer in de kennismakingskring van gister zitten. Ik vuur op de andere cursisten mijn standaard riedeltje af: ‘Ik ben Jet…. ‘Ik ben 100% arbeidsongeschikt verklaard’…’Ik heb nog geen klanten’. En ja hoor, aan het eind van de dag hoor ik mijzelf mijn betoog afsluiten met: ‘Ik ben afgekeurd, omdat ik vanwege mijn stoornis niet betrouwbaar ben. Ik kan zomaar 10 minuten voor tijd moeten afzeggen. Ik wil niet altijd moeten leven van een uitkering, daarom wil ik voor mijzelf beginnen. Maar ik weet nog niet wat ik wil gaan doen. Ik wil graag met mensen werken, maar ook dan ben ik niet betrouwbaar.’ Ineens snap ik waarom volledige arbeidsongeschiktheid ervoor kan zorgen dat de klachten van FNS kunnen verergeren, aldus de GGZ Standaard. Ik ondervind het de afgelopen maand in levende lijve. De vraag is alleen of het de arbeidsongeschiktheid verklaring van het UWV betreft óf de hieruit voortvloeiende diepgewortelde belemmerende overtuiging die bij mij is ontstaan, namelijk: ‘Ik kan niet werken en zeker niet met mensen omdat ik niet betrouwbaar ben’. Wie de vraag stelt, weet het antwoord.

Nadat mijn flippende brein weer iets helderder begint te worden, wil ik mijn overtuiging gaan onderzoeken. Ik sta op het punt de volgende vragen te beantwoorden: Is die gedachte waar? Weet ik absoluut zeker dat die gedachte waar is? Wat gebeurt er als ik in die gedachte geloof? Wie zou ik zijn zonder die gedachte? Maar hé, waarom ga ik niet het geleerde van gisteren in de praktijk brengen? In de natuur? In vertraging? In beweging? Met voelen? Dat klinkt als een veel fijner idee!

En zo sta ik midden in een uitgestrekt natuurgebied een aangereikte oefening van gister uit te voeren. Aan de bosrand vind ik een tak en neem deze mee naar een stuk zand dat is omgeploegd door de Schotse Hooglanders die hier vrij uit rondlopen. Met de tak schrijf ik ‘FNS’ in het zand en twee passen verderop ‘Werk’. Het voelt voor mij soms als twee tegenstrijdigheden die niet samen kunnen komen. En lijkt dat nu precies de oefening te zijn. Om de twee woorden maak ik een infinity teken en langzaam loop ik met mijn inmiddels niet meer zo schone witte sneakers over de lijnen heen die de twee woorden met elkaar verbind. Ik vertraag mijn pas en voel wat elk woord teweeg brengt in mijn lijf. Steeds sneller loop ik om de woorden heen, totdat ze voor mij één geheel zijn. Het één sluit het ander niet uit. Het hoort bij elkaar. Het is oké. De zin van vanochtend die mij zo raakte, komt opnieuw naar boven: ‘Zoek de zin van het leven in verbinding met de ander’. De ander, het kan een collega, een klant, familielid of geliefde zijn. Voor mij is de ander op dit moment werk. De verbinding tussen mijzelf met FNS en werk geeft mij zin. Ik hef mijn hoofd en in een oogopslag neem ik de schoonheid van de omringende natuur in mij op. Ha! Een gevoel van vreugde overkomt mij; dit is dé plek waar ik wil gaan werken, waar ik systemisch wil gaan werken! Ik heb er nu al ‘zin’ in! Hmm..is de zin van het leven dan óók niet gewoon, zin hebben in het leven?! 😄

SHARE THIS STORY
×

Stel hier je vraag

× Stel hier je vraag